Onderbouwd milieubeleid helpt economie vooruit

Nieuwe voorzitter van milieukoepel BBL, Hans Bruyninckx, bezorgd over schamele interesse in milieu

‘Ik begrijp niet dat in Vlaanderen en BelgiĂ« zo weinig politici beseffen dat een goed uitgebouwd milieubeleid geen bedreiging vormt voor de economie.’ Dat zegt Hans Bruyninckx, de nieuwe voorzitter van de Vlaamse milieukoepel Bond Beter Leefmilieu (BBL). Hij dringt aan op een goed werkende overheid die een langetermijnvisie uittekent, die degelijk onderbouwt en opvolgt. ‘We hebben al veel te veel tijd verloren.’ Dat BelgiĂ« op tijd de Kyotonorm haalt, gelooft hij niet.

De bekende gezichten van de milieukoepel waren de voorbije jaren de coördinatoren, zoals Bart Martens die onlangs besliste op de sp.a-spirit-lijst te staan voor de Vlaamse verkiezingen. De voorzitter van de BBL was onzichtbaar voor de buitenwereld. Dat verandert nu. ‘Ik zit hier niet om stilletjes aan de zijlijn toe te kijken’, benadrukt Hans Bruyninckx in zijn eerste interview als BBL-voorzitter. Na studies internationale betrekkingen en ontwikkelingssamenwerking specialiseerde hij zich in de Verenigde Staten in milieuwetenschappen. Terug in BelgiĂ« bouwde Bruyninckx aan de KULeuven het Vlaams Steunpunt voor Milieubeleidswetenschappen uit. Tegenwoordig geeft hij nog enkele uurtjes les in Leuven. Maar de meeste tijd brengt Bruyninckx door als docent milieubeleid aan de Universiteit van Wageningen in Nederland. ‘Een academisch vluchteling noem ik mezelf wel eens’, grapt Bruyninckx. Onze noorderburen liggen meer wakker van het milieu dan wij, zegt hij meermaals.

Hans Bruyninckx: ‘Academici zijn geprivilegieerd: wij mogen lezen, schrijven, onderzoeken en lesgeven. De samenleving heeft het recht iets terug te verwachten van ons. Universiteiten en academici moeten meer deelnemen aan het maatschappelijke debat. Ik heb ervoor gekozen dat voor milieu te doen, waar ik van ‘s ochtends tot ‘s avonds mee bezig ben. Ook in de mensenrechtenbeweging, de vierdewereldbeweging en de arbeidersbeweging hebben academici zich al geĂ«ngageerd. De keuze voor BBL is een publiek engagement. Ik wil mee helpen denken over het moderne milieubeleid en hoe vervlochten dat is met bijvoorbeeld de economie. De tijd van het enge milieubeleid is voorbij. Kijk naar het Kyotodebat: dat is een industrieel debat.’

Maar is de milieubeweging nog wel nuttig? Is het milieubewustzijn niet al wijdverspreid?

Bruyninckx: ‘Het klopt dat het milieubewustzijn al dieper doorgedrongen is, maar het gedrag volgt niet altijd. Er zijn nog belangrijke stappen in het milieubeleid nodig. Een milieubeweging moet daarop toezien, druk op de ketel houden, de publieke opinie informeren, een partner zijn in het gemeentelijke en provinciale milieubeleid. Milieubewegingen zijn niet voorbijgestreefd. Ze kunnen een belangrijke rol spelen in de verdere uitwerking van vrijwillige samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met de industrie en de overheid.’

‘De jongste jaren heeft men alles wat met milieu te maken heeft – inclusief de groene partij – in het hoekje van vervelende regelgeving, bedreiging van de concurrentie, bureaucratisering geduwd. Dat is gebaseerd op een mythe. De Europese Commissie heeft bijvoorbeeld op basis van 40 macro-economische indicatoren de concurrentiepositie en de economische performantie van de landen berekend. Als je daarnaast de lijst legt die de performantie van het milieubeleid weergeeft, merk je dat die rankings parallel lopen. Ook andere onderzoekers wijzen erop dat een degelijk milieubeleid de economische performantie niet aantast. Het biedt zelfs een ondersteuning voor de economie.’

Wirwar

De Scandinavische landen en Nederland zijn koplopers, zowel inzake macro-economische performantie als inzake milieuperformantie. Wat is hun sterkte?

Bruyninckx: ‘De koplopers zijn landen met een goedgeorganiseerde overheid, die duidelijke regels opmaakt, ze opvolgt en – belangrijk – rechtszekerheid biedt door een langetermijnvisie uit te werken. BelgiĂ« bengelt achteraan, samen met Portugal, ItaliĂ«, Griekenland, Spanje, landen die bekend staan voor corruptie, geknoei, een mank overheidsbeleid en dito controles. Studies tonen aan dat die fenomenen nogal gelijklopen met de resultaten op milieu- en economisch gebied. De milieubeweging mag niet naĂŻef zijn: het milieubeleid is vervlochten in een algemeen beleidskader. Het zwakke functioneren van onze overheid is een serieus probleem, voor het bereiken van economische, ecologische en andere doelstellingen.’

Met de roep naar rechtszekerheid treedt u de eis van de bedrijfswereld bij?

Bruyninckx: ‘Klopt. Aan een stabiel beleid schortte het de voorbije jaren wel eens. Neem nu de vergroening van de fiscaliteit die men jarenlang heeft aangekondigd. Sommige sectoren begonnen zich al voor te bereiden. Maar het blijft dan bij ecoboni op drankverpakkingen. Een dergelijk beleid is voor niemand goed. Wat me ook ergert, is de wirwar van premies voor een milieuvriendelijker huis: voor de opvang van regenwater, het gebruik van zonnepanelen, dubbele beglazing, enzovoort. Een kat vindt daar haar jongen niet in terug. Probeer maar eens een architect te vinden die je daarin wegwijs kan maken. De ene folder ligt in het postkantoor, de andere op het gemeentehuis. De ene gemeenteambtenaar weet er alles over, de andere niets. Als je naar een infolijn belt, krijg je te horen dat de jaarlijkse premies na enkele maanden alweer op zijn. Dat is toch geen behoorlijk beleid. Ook wat controle en handhaving betreft, is er nog werk aan de winkel. Milieucriminaliteit wordt te weinig vervolgd. Ook de controle is te beperkt, onder meer door een gebrek aan middelen. De kritiek op een zwakke handhaving geldt trouwens niet enkel voor het milieubeleid. Het is typisch voor heel wat beleidsdomeinen in ons land.’

Overheid

Zijn de Vlaamse en Belgische overheid zich te weinig bewust van de voordelen van een duidelijk milieubeleid?

Bruyninckx:’Heel wat mensen – bij de overheid, in politieke partijen – beseffen onvoldoende dat een goed milieubeleid geen bedreiging vormt voor je economie. Dat verbaast me. De uitbouw van een milieu-industrie heeft een positief effect op de werkgelegenheid. Alle beetjes helpen toch om de fetisj van 200.000 jobs te halen? Kijk naar Denemarken dat zich gespecialiseerd heeft in windenergie en daar wereldwijd de marktleider in is. Die sector schept duizenden banen. Nederland heeft zich jaren geleden al opgeworpen als exporteur van milieukennis. Dat heeft hen geen windeieren gelegd: Nederlandse milieuexperts, milieuadviesbureaus en technologiebedrijven werden massaal ingehuurd in andere landen.’

Merkt u ook een verschil in de aandacht die milieu krijgt aan de Vlaamse en Nederlandse universiteiten?

Bruyninckx: ‘De Vlaamse universiteiten ontbreekt het aan een strategische visie over milieubeleid. In Nederland werken hele teams van docenten en studenten uit de hele wereld samen rond milieuthema’s. Die milieuspecialisten zie je later opduiken op administraties waar langetermijnvisies worden uitgetekend en opgevolgd. Hier ligt het zwaartepunt op kabinetten, waar vooral ad hoc mensen worden samengebracht met al of niet een ruime ervaring. In Nederland wordt het beleid onderbouwd door voorbereidende studies en rapporten waar jaren aan gewerkt is. Hier moet je na zes maanden of een jaar al een rapport op tafel kunnen leggen. BelgiĂ« heeft al veel tijd verloren, omdat we zo laat begonnen zijn met de uitwerking van een echt milieubeleid. Daardoor betalen we vaak een hoge prijs, denk maar aan de waterzuivering. Recentelijk is daar wel zwaar in geĂŻnvesteerd, maar de waterkwaliteit verbetert slechts zeer langzaam.’

In Oostende nam de federale regering maatregelen om de Kyotodoelstelling te halen: een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 7,5 procent tegen 2008-2012 ten opzichte van 1990. Wat vindt u van die maatregelen?

Bruyninckx: ‘Je moet toegeven dat enkele maatregelen niet echt nieuw zijn (bijvoorbeeld de afbouw van de steenkoolcentrales), andere vrijblijvend en nog andere op de lange baan geschoven worden. Alles begint nu pas, met de uitwerking van wat afgesproken werd. Ook de optie elders hete lucht te kopen (emissierechten van landen die er te veel hebben, nvdr), blijft open. Ik vrees dat men wel eens naar die aanlokkelijke oplossing zou kunnen grijpen als de streefdatum van Kyoto dichterbij komt. Ik denk niet dat we de Kyotonorm halen, vooral niet als je ziet hoe de uitstoot van broeikasgassen het jongste decennium nog verder is gestegen. Die trend dreigen we niet op tijd te kunnen ombuigen.’

‘De overheid en de industrie hebben sinds het midden van de jaren 80 toegelaten dat de energie-intensiteit van onze economie steeg, terwijl het Europese gemiddelde daalde. Enkele sectoren hebben inspanningen geleverd, zoals de chemie. Maar algemeen is de energie-intensiteit toegenomen. Nochtans wist men welke verplichtingen eraan zaten te komen. Natuurlijk wordt het nu voor de industrie moeilijker de doelstellingen te halen.’

Een van de instrumenten om energie te besparen, is een betere isolatie van woningen. In tegenstelling tot andere Europese landen, heeft België nauwelijks vooruitgang geboekt.

Bruyninckx: ‘Verrassend is dat niet, want de – regionale – overheden controleren amper of de huizen voldoende geĂŻsoleerd zijn. En uit de weinige controles blijkt dat de beoogde isolatienorm slechts in een kleine minderheid gehaald wordt. Wie een huis bouwt, kan je daarvoor niet met de vinger wijzen. De overheid moet de architecten – eventueel door een vergoeding – verantwoordelijk maken voor het halen van de normen en dat ook voldoende controleren. De overheid moet trouwens maar eens het goede voorbeeld geven en haar gebouwen voldoende isoleren. Dat zou de markt aanzwengelen en de concurrentie versterken, waardoor dan weer de prijs zakt. Over het belang van een goede isolatie doet men graag smalend. Maar dat is niet te onderschatten.’

‘Een van de grote uitdagingen in West-Europa, ook in BelgiĂ« en Vlaanderen, is de welvaartsgroei loskoppelen van het gebruik van grondstoffen en energie. Ook daar scoort BelgiĂ« nu heel zwak. Andere landen slagen er wel in hun welvaart aan te houden en tegelijkertijd hun grondstoffen- en energiegebruik te verminderen.’

Zijn al die internationale milieuverdragen, zoals Kyoto, een goede zaak voor het milieu? Blijft het niet te vaak bij papieren beloftes?

Bruyninckx: ‘Het is niet zo eenvoudig vast te stellen wat de milieueffectiviteit van verdragen is, omdat een duidelijke milieudoelstelling vaak ontbreekt. Voorts is het dikwijls heel moeilijk een oorzakelijk verband te leggen tussen je milieukwaliteit en je beleid, want er zijn zoveel andere factoren die het milieu beĂŻnvloeden. En tot slot zijn er maar heel weinig studies die de milieuresultaten van verdragen onderzoeken. The proof of the pudding is the eating. En dan moet je vaststellen dat het met de bescherming van de milieukwaliteit allesbehalve goed loopt. Kijk maar naar de ontbossing, de verdere woestijnvorming, het biodiversiteitsverlies, enzovoort. Er blijven serieuze problemen.’

Kan het internationaal milieubeleid nog stappen vooruit doen? Moeten de bestaande verdragen niet eerst maar eens worden uitgevoerd?

Bruyninckx: ‘Voor een aantal milieuthema’s is dat inderdaad het geval. Heel wat internationale milieuonderhandelaars kampen trouwens met meetingmoeheid en dringen ook aan op een vereenvoudiging van het gamma aan verdragen. Maar voor een aantal sectoren bestaan nog nauwelijks verdragen: voor de bescherming van bossen en van het zoutwatermilieu bijvoorbeeld. Daar moet nog veel vooruitgang worden geboekt.’

Katrien VERSTRAETE